Dit is het HaDeejer.nl archief  van: 2006  tot  september 2015

borne.jpgDe uitverkoop, in het tegenwoordige jargon sale genoemd, is weer in volle gang. Een fenomeen dat me onrustig maakt. Enerzijds verzet ik me ertegen en anderzijds word ik er als een magneet naartoe getrokken. Naar al die winkels met hun kleding. Het gebeurt dikwijls dat ik dingen aanschaf waarvan ik de volgende dag al denk hoe ik dat in godsnaam heb kunnen kopen. En wat moet ik er trouwens allemaal mee, mijn kast is vol genoeg. De afgelo­pen weken heb ik me dan ook ferm voorgenomen dit jaar niet aan de uitverkooprage toe te geven. En dat lukte vrij aardig. Tot gisteren.
Toen mijn nichtje Maaike een middagje kwam winkelen. 'Tante', zegt ze, 'gaat u gezellig mee, ik heb volgende week een geweldig feest en nu wil ik iets speciaals kopen, iets dat niet iedereen draagt en dat kan ik nu misschien in de uitverkoop voor een zacht prijsje aanschaffen’.

Ik laat me overhalen mee te gaan, maar ze moet mij wel beloven om mij niets aan te prijzen. Nou, die belofte is gauw gemaakt. Ik voel me sterk.In de stad kan Maaike na de vijfde winkel nog geen keuze maken. Doodmoe ben ik ervan. Dan blijft ze staan voor een zeer exclu­sieve boutique, zo’n zaak waar je zelf schichtig voorbij loopt. Er wordt daar niet moeilijk gedaan over een truitje van zo’n 400 euro. Daar kan een heel gezin in de derde wereld een jaar lang van naar school, denk ik altijd maar.

Maar goed, mijn nichtje troont me mee naar binnen. Wij zijn de enige klanten. Geen wonder, denk ik. De mevrouw die achter aan een chique tafel enkele nog chiquere shawls van links naar rechts en omgekeerd aan het rangschikken is, vraagt ons of we wellicht even willen rondkijken. Ze heeft meteen door dat we niet tot de vaste clientele behoren. Mijn nichtje stru­int rechtstreeks op het rek met de afge­prijsde modellen af. ‘Vanaf 200 euro’ staat er op het rek. We trekken onze wenkbrauwen op. Nog knap duur. Maar Maaike wijst op de oorspronkelijke prijs. 'Flink afgeprijsd', zegt ze zachtjes.
We werken ons door het rek heen. Ik moet zeggen dat er heel aardige dingen tussen hangen, en veel kledingstukken ook die ik echt niet in mijn eigen kast heb hangen. Maar nog veel te duur. De mevrouw kijkt in onze rich­ting: 'Dames, de kleding op het rek waar u voor staat mag nu voor de helft van de prijs weg'. 'Van de afge­prijsde prijs', vraagt mijn nichtje nog maar eens voor de zekerheid. De mevrouw knikt.Aha, dat is een ander perspectief. Dan kunnen we nog wel een keuze maken.
Ik vergeet mijn belofte en graai driftig in het rek en vang een blauw bloesje. Net mijn maat, en van 375 euro nu voor 100.  'Geen geld', zegt mijn nichtje, terwijl ze zelf een beeldige shawl om haar schouders drapeert. 'Nu maar voor 120 euro en eerst was het 425. Die neem ik alvast mee'. Ze kijkt me aan en ziet me weifelen. 'U neemt die blauwe blouse toch zeker wel, enig, mooie snit, staat ook prachtig op die rok die u aanhebt, en trouwens, hij maakt u vast ook heel jong'. En hoewel ik voel dat ik terrein verlies, geeft dat laatste argument de doorslag, want jong lijken wil immers iedere vrouw. Ik laat de blouse nog eens door mijn handen glijden, ook een mooi merk.
 
Maaike is haar aankoop al aan het afreke­nen.'Moet u kopen’, zegt ze,‘oom Jan zal hem ook mooi vinden'. Ik heb hier zo mijn twijfels over maar laat niettemin de boel inpakken. Dan breng ik Maaike terug naar de trein.
Als ik thuiskom zit Jan al ongedul­dig te wachten. Ik probeer mijn aankoop in de gang nog ongezien te verstoppen, maar het ontgaat hem dit keer niet.  'Wat, ben je toch overstag gegaan, ik dacht dat je niks wilde. Laat eens zien, nee maar, toch een blauwe blouse gekocht en pas wou je die kleur niet, het stond je zo flets zei je'. Ik val uit dat hij er zich niet mee moet bemoeien, maar rationeel gezien moet ik hem gelijk geven.

Als ik het kledingstuk een enkel uur later nog eens aandoe en mezelf voor de spiegel bekijk, zie ik dat het model misschien wel jong maakt, maar ook dat het me niet flatteert. Ik gooi de aankoop in de hoek. Misschien kan ik hem op de marktplaats nog kwijt, vang ik er nog iets voor. Maar ik kan me wel voor mijn kop slaan dat ik me opnieuw heb laten verleiden.